Doof - speciaalAfasie - speciaalVolksuniversiteit - speciaal?eLearning - speciaal
     Doof, algemeenSchool in MoskouNGT-catalogusDoof & lezenPlotseling doofCued SpeechAdressen
 

 

 

Visi-C & Cued Speech

Op deze pagina: BLBALL.GIF (973 bytes) Visi-C BLBALL.GIF (973 bytes) De praktijk
  BLBALL.GIF (973 bytes) De opzet BLBALL.GIF (973 bytes)  Nederland
  BLBALL.GIF (973 bytes) Het systeem BLBALL.GIF (973 bytes)  Wegwijzers

 

Visi-C

Visi-C staat voor: Visuele Spraakinformatie-Cornett. Het is de Nederlandse versie van Cued Speech, een systeem dat in 1967 in de VS ontwikkeld is door Dr. O. Cornett. Cued Speech wordt behalve in de V.S., onder meer in Australië, Groot Brittanië, Frankrijk, Zwitserland en België gebruikt.

Visi-C is in 1982 in Nederland geïntroduceerd door dhr. en mevr. Brüggemann, ouders van een dove zoon. Bij een bezoek aan een doveninstituut in Parijs in 1981 zagen zij het systeem in gebruik. Geïnteresseerd geraakt, bezochten zij vervolgens het 'Cued Speech Centre' in Londen en organiseerden zij in september 1982 een informatie-bijeenkomst in Amsterdam. Dhr. Cornett zelf lichtte zijn systeem toe voor vertegenwoordigers van de Nederlandse dovengemeenschap en het dovenonderwijs.

Volgend op deze dag zijn twee werkgroepen opgericht in Amsterdam en in Utrecht om het systeem nader te bestuderen en de mogelijkheden ervan voor Nederland te onderzoeken. Een door Cornett zelf ontwikkelde Nederlandse versie van het Cued Speech systeem werd door de Utrechtse werkgroep op enkele kleine punten herzien. In juni 1983 werd vervolgens de Stichting Visuele Spraakinformatie Cornett (Visi-C) opgericht met als doel meer bekendheid te geven aan Cued Speech in Nederland en het gebruik ervan te stimuleren. Sindsdien worden er door deze Stichting jaarlijks cursussen gegeven om ouders en leerkrachten het systeem te leren.

 

De opzet van Cued Speech / Visi-C

In 1965 werd Dr. O. Cornett, toendertijd werkzaam bij het Ministerie van Onderwijs in de Verenigde Staten, voor het eerst geconfronteerd met de problematiek van doofheid. Hij was op dat moment betrokken bij een evaluatie van het onderwijs op Gallaudet College in Washington D.C., en merkte tot zijn ontsteltenis hoe laag het leesniveau van de leerlingen van deze universiteit was. Van deze elitegroep van Amerikaanses dove jongeren las (in 1965) 80% nooit voor het plezier, en van de 20% die dat wel deed, bleek driekwart niet prelinguaal doof te zijn.

In de daarop volgende jaren nam Cornett de taak op zich om een systeem te ontwikkelen met behulp waarvan dove mensen vrij toegang kunnen krijgen tot de taal van de sprekende gemeenschap: de klanktaal, en daarmee ook tot de schrifttaal. Hij koos voor een systeem dat qua opzet overeen komt met het Deense Mond-Hand Systeem en publiceerde in 1967 in The American Annals of the Deaf het resultaat van zijn inspanningen: Cued Speech.

Met Cued Speech meent Cornett een systeem te hebben ontwikkeld waarmee het dove en ernstig slechthorende kind spelenderwijs de klanktaal kan leren, direct als moedertaal of later als tweede taal. Dove volwassenen die het systeem beheersen, kunnen de gesproken taal volledig aflezen, wanneer de spreker gebruik maakt van Cued Speech.

De ideale situatie van het dove of ernstig slechthorende kind stelt Dr. Cornett zich als volgt voor: zodra de ouders bevestigd krijgen dat hun kind doof is, leren zij de Cued Speech handsignalen. Binnen een maand kunnen ze dan alles wat ze zeggen met handsignalen   begeleiden, niet alleen wat ze tegen het kind zeggen, maar ook de gesprekken met elkaar en met anderen. Zo ontvangt het dove kind langs visuele weg exact dezelfde informatie als ieder horend kind auditief krijgt aangeboden. Cornett verwacht dat het dove kind zich daarmee spelenderwijs en op natuurlijke wijze het gebruik en de structuur van de klanktaal zal eigen maken.
Wanneer de ouders al tijdens het eerste levensjaar van het kind actief Cued Speech gebruiken, veronderstelt hij dat het kind ook spontaan zal gaan spreken. De ouders moeten dan alle vocalisaties van het kind echoën, ondersteund met de handsignalen, en koppelen aan begrippen.
Wanneer het tippen op een later moment geïntroduceerd wordt, zal een doof waarschijnlijk expliciete spraak- en hoortraining nodig hebben om tot spreken te komen.
Zodra het kind de articulatie echter onder de knie heeft, zal het alle woorden die het receptief al kende ook actief kunnen gaan gebruiken, in goede zinnen. Het heeft zich immers receptief al een volledig beeld gevormd van de klankvorm van woorden en zinnen. Het dove kind dat met Cued Speech is opgevoed, zou daarom ook op dezelfde manier - en met hetzelfde resultaat - kunnen leren lezen en schrijven als normaalhorende kinderen: door schriftvormen om te zetten klankvormen. Met behulp van Cued Speech zou het dove kind tenslotte ook vreemde talen kunnen leren.

 

Het systeem

Bij Cued Speech worden alle klanken die uitgesproken worden tijdens het spreken met een handsignaal verduidelijkt. In het Engels noemt men dit 'cuen', in Nederland wordt in plaats daarvan de term 'tippen' gebruikt.

Het Nederlandse systeem, Visi-C, gebruikt hiervoor 8 handvormen en 5 plaatsen op en om het gezicht. De handvorm geeft aan welke medeklinker er wordt uitgesproken, de plaats van de hand geeft informatie over de klinker die daarop volgt. Met één handsignaal, een handvorm op een bepaalde plaats, wordt dus tegelijkertijd een medeklinker en een klinker ondersteund ("hallo" verduidelijk je dus met twee handsignalen, nl.: 'ha' en 'lo'.)

Acht handvormen en vijf locaties zijn voldoende voor het  Nederlandse klanksysteem, omdat klanken met duidelijk verschillende mondbeelden met dezelfde handsignalen worden ondersteund . De handsignalen moeten dus altijd afgelezen worden in combinatie met het mondbeeld.

Met de handsignalen wordt de klankvorm van woorden weergegeven, niet de schrijfwijze zoals bij het handalfabet. De laatste klank van 'hond' wordt dus als 't' getipt, 'Wat is dat?' snel uitgesproken, wordt getipt als 'tisdat?'. Door de manier van tippen kan bovendien informatie worden weergegeven over het spreektempo, de zinsmelodie, en de klemtoon.

Als je als spreker de handsignalen eenmaal beheerst, kun je alle woorden - ook bv. anderstalige woorden, namen, of dialect - met handsignalen  ondersteunen.  Een ervaren tipper kan bij een rustig spreektempo het tippen eigenlijk onbeperkt volhouden.

Een goedhorende volwassene kan het systeem in zo'n 20 uur onder de knie krijgen: het tippen vraagt dan nog wel aandacht, maar men kan in principe alles dat men zegt, met de handsignalen ondersteunen. Automatisering (het volledig onbewust kunnen tippen) vraagt waarschijnlijk een periode van 1/2 tot 1 jaar van intensief gebruik. Hoe lang het duurt voor een auditief gehandicapte volwassene, scholier, of peuter de handsignalen leert gebruiken (aflezen en/of zelf tippen) hangt onder meer af van het aanbod, de leeftijd, en het taalniveau. 

handvorm 1 (342 bytes)

handvorm 2 (426 bytes)

handvorm 4 (441 bytes)

handvorm 3 (418 bytes)

d
p
h
zj

k
v
z
 

b
n

h
s
r

handvorm 6 (425 bytes)

handvorm 7 (453 bytes)

handvorm 5 (471 bytes)

handvorm 8(458 bytes)

l
w
sj
 

g/ch

m
f
t

j
tj
ng

Acht handvormen geven - in combinatie met het mondbeeld - eenduidige informatie over de medeklinker die wordt uitgesproken.

 

brede mond (722 bytes)

geronde mond (711 bytes)

open mond (710 bytes)

wang:

ee (been)

uu (duur)

 

mondhoek:

ie (nies)

eu (neus)

 

kin:

e (pet)

oe (boek)

o (pot)

keel:

i (pit)

 

a (man)

naast:

u, stomme e (bus, de)

oo (rood)

aa (naast)

 

Vijf plaatsen op en om het gezicht, geven - in combinatie met het mondbeeld - informatie over de klinker die wordt uitgesproken.

Tweeklanken worden aangegeven met een vloeiende beweging van de ene naar de andere positie:
ou, au: naast > keel;
ui: mondhoek > keel;
ei, ij: wang > keel.

 

De praktijk

Uit gevalsbeschrijvingen (o.a. Cornett en Daisey, 1992) blijkt dat dove kinderen de handsignalen al vanaf zeer jonge leeftijd kunnen gebruiken bij het aflezen van een spreker. Onderzoek bij oudere kinderen laat zien dat zij aangeboden taal - op klank-, woord- en zinsniveau - inderdaad (nagenoeg) volledig kunnen waarnemen wanneer de spreker gebruikt maakt van Cued Speech (Ling en Clarke, 1975).

Kinderen die vanaf jonge leeftijd zowel thuis als op school Cued Speech krijgen aangeboden, blijken zich inderdaad 'spelenderwijs' zowel de fonologie, de morfologie, als de syntaxis van de gesproken taal eigen te kunnen maken. Experimenteel onderzoek in Franstalig Belgie door Charlier (o.a. 1992) heeft ondermeer aangetoond dat volledig dove franstalige kinderen  die van jongsafaan Cued Speech (de franse versie heet: LPC) aangeboden hebben gekregen, inzicht hebben in klankrijm, en (bewust of onbewust) gebruik kunnen maken van morfologische produktieregels van de franse klanktaal.

Praktijkervaringen in de VS en België leren dat de koppeling van taalbegrip naar spraak bij het gebruik van Cued Speech echter een probleem kan vormen voor dove en zeer ernstig slechthorende  kinderen. Bij een voldoende aanbod van Cued Speech ontwikkeld de receptieve taalontwikkeling van het kind zich in hetzelfde tempo als bij horende leeftijdgenoten. Omdat het spreken zich bij dove en ernstig slechthorende kinderen echter veel langzamer en moeizamer ontwikkelt dan bij horende kinderen, ontstaat er een steeds breder wordende kloof tussen wat een kind begrijpt en wat het zelf kan inbrengen in de communicatie.

In het 'Centre Comprendre et Parler' in Brussel wordt mede om deze reden een combinatie gebruikt van gebaren en Cued Speech (zie o.a. Perier, 1990). Kinderen die zich (nog) niet verstaanbaar kunnen maken door spraak, kunnen zich dan uiten door gebruik te maken van gebaren.

De ontwikkeling van de leesvaardigheid - het grote struikelblok voor veel auditief gehandicapte kinderen - blijkt zelfs volledig dove kinderen niet voor extra problemen te plaatsen (Leybart, 1987; Wandel, 1989), als zij vanaf jonge leeftijd thuis Cued Speech aangeboden hebben gekregen. Veel van de kinderen die vanaf jonge leeftijd met Cued Speech zijn opgevoed, blijken in de VS en in België het regulier onderwijs te kunnen volgen, al dan niet bijgestaan door een Cued Speech-tolk.

Op Amerikaanse internet-sites (zie de wegwijzers onder aan de pagina) kan men enthousiaste verslagen lezen van ouders en leerkrachten. Er zijn echter ook felle tegenstanders van Cued Speech. Het grootste bezwaar vinden tegenstanders de nadruk op de gesproken taal, wat door sommigen gezien wordt als een ontkenning van de gebarentaal als meest geschikte communicatievorm voor dove kinderen en dove volwassenen.

 

Nederland

Visi-C wordt in het Nederlandse dovenonderwijs (nog) niet gebruikt. Sinds 1987 wordt het echter op kleine schaal toegepast op enkele scholen voor slechthorende en spraak-/taalgestoorde kinderen.

Voor meer informatie over Visi-C: Stichting Visi-C, p.a. mevr. M. Brüggemann, A.J. Ernststraat 11, 1079 KN  Amsterdam.

 

Wegwijzers

Wilt u meer informatie over Visi-C of Cued Speech, adressen, een literatuuroverzicht en/of copieën van publikaties, stuur dan een email met uw vragen naar: Pragma@home.nl

© Pragma - Hoensbroek, 1997

 

 
 
  © Pragma, www.pragmaprojecten.nl