Doof - speciaalAfasie - speciaalVolksuniversiteit - speciaal?eLearning - speciaal
     Doof, algemeenSchool in MoskouNGT-catalogusDoof & lezenPlotseling doofCued SpeechAdressen
 

 

 

 

Doofheid, communicatie, informatie

Deze pagina: [* ]1-1 [* ]Telecommunicatie [* ]Computers
  [* ]Groepen [* ]Schrifttaal  

 

In gesprek met een doof iemand

Doof wil zeggen dat iemand zo slecht hoort, dat de stem van een ander ook met gebruik van hoorapparatuur onvoldoende goed verstaan wordt om een gesprek te kunnen voeren.
Voor de communicatie met dove mensen is het heel belangrijk te weten wanneer de doofheid ontstaan is. Als iemand doof geboren is of doof is geworden voor of tijdens de periode van taalverwerving, spreekt men van prelinguale, voortalige of vroeg-verworven doofheid.

Mensen die vroegdoof zijn, hebben de gesproken taal nooit gehoord. Zij hebben een taal moeten leren op grond van visuele, in plaats van auditieve informatie. Gebarentalen zijn natuurlijke, visuele talen die in principe dezelfde mogelijkheden hebben als gesproken talen, maar die voor dove mensen veel beter waarneembaar zijn dan een gesproken taal. In steeds meer landen wordt daarom tegenwoordig binnen het onderwijs aan doven geadviseerd bij vroegverworven doofheid de gebarentaal als eerste taal aan te bieden.

De gesproken taal van de horende gemeenschap zal dan als tweede taal geleerd moeten worden. Voor veel vroegdove mensen blijft de gesproken taal in zekere zin altijd een 'vreemde' taal, die niet volledig beheerst wordt.
De meeste dove mensen zijn echter pas op latere leeftijd doof geworden. Zij beheersen het Nederlands wel, maar kunnen het gesproken Nederlands niet meer verstaan.

Voor communicatie met een sprekende gesprekspartner, zijn alle doven afhankelijk van liplezen of spraakafzien. Ook wanneer de spreker duidelijk spreekt en de dove liplezer een goede beheersing van de Nederlandse taal heeft, is dat een zeer vermoeiende en onzekere vorm van communicatie. Omdat zeer veel mensen niet duidelijk spreken, en omdat de omstandigheden (afstand, licht, afleidende visuele prikkels) zelden ideaal zijn, is visuele ondersteuning van de gesproken boodschap eigenlijk altijd noodzakelijk. De beperkte beheersing van de Nederlandse taal (woordenschat, zinsbouw) van veel prelinguaal dove mensen maakt dat liplezen voor hen in veel gevallen eigenlijk alleen maar voldoet voor het uitwisselen van basale informatie en beleefdheden.

Visuele ondersteuning van een gesproken boodschap kan door middel van lichaamstaal, door middel van schrijven, vingerspellen, en/of ondersteunende gebaren. Veel vroegdove mensen zullen de voorkeur geven aan communicatie door middel van gebarentaal. Er is dan niet langer sprake van visuele ondersteuning van de gesproken taal; er wordt dan gebruik gemaakt van een zelfstandige, visuele taal met een eigen 'woorden'-schat en grammatica: de Nederlandse Gebarentaal (NGT.

Dove mensen kunnen zich in de communicatie laten assisteren door een tolk Gebarentaal. Een tolk Gebarentaal kan gesproken Nederlands omzetten in gebarentaal (NGT), Nederlands met ondersteunende gebaren (NMG), of in schrifttaal. In het laatste geval gebruikt de tolk (de zogenaamde 'schrijftolk' of 'audio-tolk') een computer; de dove cliënt leest dan wat er gezegd wordt, af van een monitor .

Vroegdove mensen hebben hun eigen stem nooit gehoord; laatdoven horen de eigen stem niet meer. De spraak van dove mensen kan daardoor anders klinken dan men gewend is: monotoon, anders van toon, misschien te hard of te zacht. Wanneer een dove wordt bijgestaan door een tolk Gebarentaal, kan de tolk de gebaren en/of de spraak van een moeilijk verstaanbare dove spreker voor een horende gesprekspartner weergeven in gesproken Nederlands.

Ook als een dove wordt bijgestaan door een tolk, dan blijft de dove persoon uw gesprekspartner. Kijk uw dove gesprekspartner aan, en richt uw vragen of opmerkingen tot hem of haar, en niet tot de tolk. De tolk mag niet met u over de dove persoon praten en zal uw vragen voor of over uw dove gesprekspartner niet beantwoorden. Alles wat u zegt, ook zijdelingse opmerkingen van of tegen derden, zullen door de tolk worden vertaald in gebaren voor de dove persoon. Als uw dove gesprekspartner niet doof was, zou hij/zij deze opmerkingen immers kunnen horen.
Een tolk Gebarentaal kunt u aanvragen bij bij
TC-Visinet (tekst/tel: 0346 - 353 888). Zie ook de adressenlijst.

 

Spreken voor een klas, vergadering of zaal
met één of meer dove mensen

Liplezen is bijna altijd ongeschikt voor de communicatie in een gezelschap met meerdere personen. Allereerst moet de liplezer immers zien te ontdekken, wie er aan het woord is. Op de tweede plaats zal een spreker die voor meer mensen spreekt, minder geneigd zijn om de liplezer aan te kijken en attent te blijven op het feit dat er langzaam en duidelijk gesproken moet worden. Op de derde plaats zal de afstand tot de spreker vaak te groot zijn, de belichting niet goed, de hoek waaronder de spreker gezien wordt, niet gunstig. In groepssituaties waarin de gesproken taal de voertaal is, verdient het altijd de voorkeur dat een tolk Gebarentaal wordt ingeschakeld voor een doof groepslid.
In een gezelschap dove mensen kan een horende persoon die de gebarentaal niet beheerst, zich eveneens laten bijstaan door een tolk Gebarentaal.

Wanneer u uitnodigingen verstuurt voor een bijeenkomst waar dove mensen welkom zijn (iedere bijeenkomst, dus!), neem dan op de antwoordkaart de vraag op of assistentie van een tolk Gebarentaal gewenst is. Laat mensen daarbij eventueel al een voorkeur aangeven voor een NGT-tolk of een schrijf-tolk, of laat mensen een (tekst-)telefoon of fax-nummer invullen zodat u kunt overleggen welk soort tolk de voorkeur heeft.

In Nederland wordt de Nederlandse Gebarentaal (NGT) gebruikt, in Engeland de Britse Gebarentaal (BSL: British Sign Language), in Amerika de Amerikaanse (ASL: American Sign Language), enz. Gebarentalen zijn dus net zo min universeel als gesproken talen. In een gezelschap met dove mensen van verschillende nationaliteiten, zal iedere nationaliteit een tolk nodig hebben die de eigen gebarentaal beheerst.

Tijdens een vergadering zal de voorzitter erop attent moeten zijn, dat sprekers niet door elkaar spreken, en dat de dove deelnemer steeds weet wie er aan het woord is: wijs als voorzitter dus aan, wie u het woord geeft.

Tijdens een lezing of een presentatie zal de spreker erop attent moeten zijn dat dove mensen in de zaal niet tegelijkertijd naar een overhead sheet, dia of video kunnen kijken, en naar de tolk. De spreker zal pas verder kunnen gaan met het verhaal, wanneer de doven tijd hebben gehad om de beelden te bekijken.

Dove mensen kunnen niet tegelijkertijd een spreker volgen, en aantekeningen maken. In steeds meer landen bestaat daarom de mogelijkheid om voor dove mensen een professionele 'note-taker' in te schakelen.
Geef dove deelnemers (en de tolk) in ieder geval een kopie van alle schriftelijke stukken.

Dove mensen horen een omroep-installatie niet en weten vaak niet dat er iets wordt omgeroepen, laat staan wat er is omgeroepen. Ook horen zij alarmsirenes of andere waarschuwingssignalen niet. Wanneer er in een gezelschap dove mensen zijn, zijn de horende groepsleden verantwoordelijk voor het informeren, en in rampensituaties: de veiligheid van de dove groepsleden.

 

Telecommunicatie

Dove mensen kunnen met behulp van een teksttelefoon telefoneren. Ook de fax wordt steeds vaker gebruikt voor communicatie met/tussen doven. Op enkele plaatsen in Nederland wordt ook al geëxperimenteerd met de beeldtelefoon die dove mensen in staat stelt gebarentaal te gebruiken bij het telefoneren.

Horende personen kunnen met behulp van Teleplus telefoneren met dove teksttelefoon-gebruikers. Teleplus is een bemiddelingsdienst van de PTT. De horende beller belt Teleplus en geeft de Teleplus-bemiddelaar het nummer op van de dove persoon die gebeld moet worden. Teleplus neemt met een teksttelefoon contact op met de dove persoon. Wat de dove persoon intikt op zijn/haar teksttelefoon, wordt door de Teleplus-bemiddelaar voorgelezen voor de horende beller. Wat de horende beller zegt, wordt door de bemiddelaar ingetikt op een teksttelefoon zodat de dove persoon de tekst op de eigen teksttelefoon kan aflezen. Er is altijd ook een geluidsverbinding tussen de dove persoon en de horende beller. De dove persoon kan dus ook gebruik maken van spreken. Het nummer van Teleplus is: 0900 8410.

Nederlandstalige tv-programma's worden voor doven en slechthorenden ondertiteld. De ondertiteling wordt zichtbaar wanneer wordt overgeschakeld naar Teletekst pag. 888. Informatie over progamma's die ondertiteld worden vindt u op Teletekst. Ook BBC-programma's worden via Telektekst pag. 888 ondertiteld voor auditief gehandicapten (maar dan uiteraard in het Engels).

Dove mensen horen een alarmsirene of andere vormen van burgeralarmering niet. Zij zijn vooralsnog afhankelijk van de horende mensen in hun omgeving voor informatie over/in alaramsituaties, al is er een landelijke projectgroep die de mogelijkheden onderzoekt van een structurele oplossing voor dit probleem.

Doven zijn nationaal en internationaal enthousiaste gebruikers van internet. Voor adressen, zie www.dovenschap.nl.

 

Schriftelijke communicatie

Mensen die op latere leeftijd doof zijn geworden, geven vaak de voorkeur aan lezen/schrijven voor de communicatie met horende mensen. Dat kan met pen en papier, maar ook met een computer en monitor. Dove volwassenen die op latere leeftijd doof zijn geworden, ervaren bij het lezen uiteraard geen beperkingen ten gevolge van hun doofheid. Wel is het zo dat de dove lezer tijdens het lezen niet meer aanspreekbaar is en eigenlijk het contact met de directe omgeving verliest.

Prelinguaal doven hebben over het algemeen een beperkte kennis van de Nederlandse gesproken taal; ook de lees- en schrijfvaardigheid zijn daardoor als regel beperkt.
Gebruik bij het schrijven van teksten voor vroegdove mensen de richtlijnen die u vindt op de website van Leesbaar Nederlands.
Informeer bij de doelgroep of een video-opname van een tolk die de tekst voorleest in gebarentaal, de voorkeur heeft boven een gedrukte tekst.

 

Computers, terminals

In principe zijn er voor dove mensen geen toegankelijkheidsproblemen bij het gebruik van computers en terminals. Er zijn hulpprogramma's verkrijgbaar die geluids-signalen van de computer visualiseren.

Multimedia programma's die gebruik maken van audio-informatie voor instructie en/of feedback aan de gebruiker zijn niet of beperkt bruikbaar voor dove mensen, tenzij de mogelijkheid is opgenomen dat de gebruiker de gesproken informatie kan ondersteunen met of vervangen door ondertiteling of tekstschermen.

Voor toegankelijkheid van Internet voor dove mensen, zie: Drempels weg.

 
 
  © Pragma, 1997, www.pragmaprojecten.nl